Matz en Coco

Kamervogels?

Het is waar: Zebravinken zijn betrekkelijk robuust, gemakkelijk te kweken en interessant om gade te slaan. Dat maakt ze zowel bij vogelvrienden als bij dierenhandelaars, kwekers voor tentoonstellingen en gedragsonderzoekers in dezelfde mate geliefd. Maar komt dit tegemoet aan het wezen van deze levendige en beminnelijke vogels?

Wie dieren- en natuurbescherming als een serieuze zaak beschouwt zal proberen deze vraag vanuit de vogel gezien te beantwoorden. Wat hebben die dieren er aan? Kunnen zij "onder de hoede van de mens", zoals men de gevangenschap nobel noemt, eigenlijk wel passend bij hun aard gehouden worden – voelen zij zich daar behaaglijk? Hoe kunnen ze passend bij hun aard gehouden worden?

Zebravinken hebben er natuurlijk niets aan om door mensen gehouden te worden. En het is allesbehalve eerlijk in plaats van "vangen" en "bezitten" de term "onder menselijke hoede nemen" te gebruiken. Gelukkig worden Australische Zebravinken niet meer voor het houden van vogels gevangen. Het vangen en de uitvoer zijn al geruime tijd verboden. De vraag of een dier onder zijn gevangenschap lijdt is moeilijk te beantwoorden en eist altijd een gedegen kennis van zijn biologie. Degenen die het lijden niet geheel uitsluiten, moeten in geval van twijfel voor het schepsel, dus tegen gevangenschap kiezen. Als het een vogelsoort betreft, komt meteen hun mogelijkheid tot vliegen als argument ter tafel. Kan een vogel, wiens leefgebied de wijde steppe is, in de bekrompen en kunstmatige omgeving van een menselijke woning eigenlijk wel zijn levenslust behouden?

Snavel afwissen In een parkietenkooi, zoals die gewoonlijk in de handel aangeboden wordt, kan hij dat zeker niet; dus ook niet in de kooien, waarin hij in de handel te koop aangeboden wordt en evenmin in de kooien, waarin hij door kwekers voor tentoonstellingen gekweekt wordt en waarin hij op tentoonstellingen getoond wordt. Tegemoetkomend aan de aard kan alleen zijn, wat een grote overeenkomst vertoont met de natuurlijke leefomgeving van het dier. Alleen een zo groot mogelijke volière kan echter onze zebravink dat bieden, wat hij in de Australische steppe in grote mate heeft: ruimte om te vliegen!

Wie dus dierenbescherming serieus neemt zou de beslissing of hij zebravinken wil houden niet moeten laten afhangen van een gril, maar van de ruimte die hij ter beschikking heeft. Voor een werkelijk grote volière moet er wel voldoende plaats zijn! Als kamervogel voelen zebravinken zich het meest behaaglijk als ze een eigen kamer, een vogelkamer nl., ter beschikking hebben, liefst met een aangebouwde buitenvolière voor de zomer ...


ZV-Homepage naar boven Aanschaf