Kooi

Waar naar toe met de vogels?

De huisvesting

Provisorische huisvesting

Wat doet U, als U onverwacht in het bezit komt van zo'n kleine prachtvink en deze angstig b. v. in een kleine parkietenkooi of zelfs een schoenendoos op verzorging wacht? Nu als allereerste moet er natuurlijk een kooi komen, hoe groter hoe beter en niet rond maar rechthoekig. De afstand tussen de spijlen mag maximaal 12 mm zijn; de zitstokken moeten aan de uiteinden van de kooi aangebracht zijn, zodat de vogel bij het vliegen niet gehinderd wordt; zij moeten ca. 12 mm in diameter zijn.
    Zo'n kooi moet natuurlijk eerst grondig schoon gemaakt worden, opdat Uw zebravink niet geinfecteerd wordt door ziektekiemen, die zijn voorganger in de kooi eventueel achtergelaten heeft. Dan komt wat vogelzand en een open schaal voor het voer. Als de vogel nl. uit een volière afkomstig is kan het gebeuren, dat hij voerbakjes met openingen aan de zijkant helemaal niet kent. Water heeft de zebravink, die in het begin zeker nog angstig is, niet beslist de eerste dag al nodig. Als U toch een vlakke open schaal in de kooi zet of een vogelbadje ophangt, doe er dan s. v. p. weinig water in. Een vogel die een beetje wild tekeer gaat, zou maar al te gemakkelijk in dieper water kunnen verdrinken.
    De kooi, die U zo klaar gemaakt heeft, kunt U het beste op een rustige, lichte en luchtige plaats in de woning zetten, bij voorkeur met een van de lange zijden tegen een wand of in de hoek, opdat de vogel zich niet van alle kanten bedreigd voelt. Zo, voorlopig is de woning voor de vogel klaar. Voorlopig, want U moet zo snel mogelijk (vandaag nog) voer halen voor de vogel of vogels. Bij die gelegenheid kunt U ook meteen een prachtvinkennest meebrengen, want zebravinken slapen in een nest ...

Kamervolière

2. Permanente huisvesting:

Zebravinken zijn er niet er niet geschikt voor, om ze vrij in de kamer te laten vliegen. Zij zouden gordijnroeden, boekenplanken (inclusief boeken) en kasten vuil maken. Zij zouden in de door mensen gemaakte en dus onnatuurlijke omgeving kunnen verongelukken en op gegeven moment, als U aan het vrij rondvliegen gewend geraakt bent, kunnen ontsnappen en om het leven komen. Dit gebeurt vooral in de lente als er in de woning meer geventileerd wordt.
    Dus er moet een geschikte volière komen en daar is helemaal niet zo gemakkelijk aan te komen. De dierenvakhandel biedt "afgestemd op de marktvraag" meestal kleine goedkope "parkietenkooien" aan. Daarin kan een kleine vogel wel een beetje hippen, maar niet vliegen. Duurdere luxueuze modellen zijn er weliswaar ook, maar die zijn meestal niet ruimer, maar wel van alle mogelijke prullaria zoals pagodedaken en versieringen voorzien, die de kooi dan misschien tot een sieraad in de woning maken, maar niet geschikter maken voor de behuizing van een vogel.

Koop dus de grootste kooi voor prachtvinken, die de handelaar U in de katalogus kan laten zien. Hij moet minstens een meter lang zijn, maar liever langer. Als U een kistkooi met een gesloten achterwand kunt krijgen, neemt U die dan. Hij veroorzaakt minder vuil en de vogels voelen zich veiliger – vooral dan, als ze op hun verzorger kunnen neerkijken. Daartoe moet dan die mini-volière minstens op ooghoogte opgesteld worden.

Als U zich zelfs een kamervolière (stationair of mobiel op wielen) of een vogelkamer kunt veroorloven, dan bereikt U het optimum voor het houden van zebravinken met een bij hen aangepaste behuizing. Dit kunt U alleen nog verbeteren met behulp van een aangebouwde buitenvolière, die door een klein venster of een luikje voor de vogels toegankelijk is. Enige Adressen adressen van leveranciers kunnen U bij het voorgaande misschien helpen.
    Nadere bijzonderheden over de aankleding van de volière met zitstokken, slaap- en broednesten, schalen en bakjes voor water en voer, evenals meer gegevens over temperatuur, luchtvochtigheid, licht en verlichtig vind U in de vakliteratuur – in b. v. mijn boek over zebravinken bij B.V. Uitgeversmaatschappij Elsevier, Amsterdam/Brussel (en G&U in het Duits).


ZV-Homepage naar boven Verzorging